dinsdag 2 oktober 2018

Dikke kak!

Er mag dan veel veranderd zijn, sommige zaken blijven hetzelfde. Mijn niveau, bijvoorbeeld, dat is niet bepaald gestegen. Ik bied bij voorbaat mijn excuses aan en raadt de meerwaardezoekers onder u aan om elders te gaan lezen.

Het betreft namelijk mijn wc. In een ver verleden schreef ik reeds dat, zelfs met het hebben van een waterput, er niet constant werd gespoeld. Tegenwoordig heb ik geen waterput en ook geen spaarknopsysteem, dus leven wij hier nog steeds volgens 'if it's yellow, let it mellow. If it's brown, flush it down'.
En dat gaf al meer dan een jaar geen enkel probleem, tot die bewuste ochtend.

Het was waarschijnlijk minder dramatisch geweest als mijn kinders zuiniger waren met het toiletpapier.
Het was waarschijnlijk al helemaal niet gebeurd als er iemand geen grote boodschap had gedaan bovenop de nacht- en ochtendplasjes (en bijhorend papier).
Het was zeker en vast minder marginaal geweest, als die laatste één van mijn kinderen was, in plaats van ikzelf (ik steek het op het nog niet goed wakker zijn).

Alleszins, toen ik opgelucht ( en naar mijn gevoel twee kilo lichter) doortrok, was er niet het gewenste effect.
Ik ga hier niet te veel in detail treden, maar ik kan u verzekeren: dat zijn dingen die ge niet wilt zien, vijf minuten voor ge naar het werk moet vertrekken.
Dus deed ik wat elke moeder zou doen: ik negeerde het probleem.
Ik zei tegen de zoon dat hij buiten mocht plassen, tegen de dochter dat ze mocht plassen maar niet mocht doortrekken en geen papier gebruiken, vertrok naar mijn werk en hoopte dat alles op magische wijze zou opgelost zijn bij mijn thuiskomst.

En zo geschiedde.

Ik kwam thuis bij een lege pot, slaakte een zucht van opluchting en spoelde, om het te vieren en het lot niet verder te tarten, door na één plas.
Kak.

Allez, al een geluk geen kak, maar vrolijk werd ik er ook niet bepaald van. Het visioen van een overstromende pot deed mij naar de winkel snellen en daar het eerste het beste enige uit het rek halen wat er voorhanden was.
Ik las de instructies drie keer, kapte alles er zorgvuldig in zoals het hoorde, wachtte een uur om de rest erbij te gieten en nam geen enkele hap vast voedsel meer tot mij.
De rest van de avond bracht ik al hopend door, terwijl ik in de tuin stond te plassen met zicht op de weides.

's Morgens echter, was er nog geen verbetering. Ik dronk een glas water, nam een boterham mee voor onderweg en was zo blij als iets dat ik kon gaan plassen op mijn werk.
De angst om terug naar huis te gaan, was echter groot. Zou ik gedoemd zijn om de rest van mijn leven astronautenvoedsel te eten? Of voor elke grote boodschap een openbaar toilet moeten zoeken? Zou ik het ruimerke moeten bellen? Of, zoals iemand mij zei, mijn tuinslang in het toilet steken en vollen bak open zetten, met als risico een fontein daar waar men nooit een fontein wilt hebben?

Ik ga u keihard teleurstellen: alles was opgelost. Letterlijk en figuurlijk.
Ik was weer gelukkig.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten